Uit: Staatscourant 2000, nr. 2 blz 1/4
Lisv
Besluit vaststelling
zelfstandigheid interim kraanmachinisten
14-11-2003 Nieuws; dit besluit is vervangen door het besluit “beoordeling betrekking dienstverband”
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen legt het
begrip zelfstandigheid, zoals bedoeld in het Besluit van 24 december 1986, Stb.
1986, 655 (Aanwijzing gevallen waarin arbeidsverhouding als dienstbetrekking
wordt beschouwd), voor (de branche van) interim kraanmachinisten uit zoals
hieronder weergegeven.
Paragraaf 1 Definities
Artikel 1. Algemene definities
·
Lid 1. Interim kraanmachinist is diegene, die er zijn of haar
beroep van maakt tegen vergoeding opdrachten van tijdelijke aard uit te voeren,
die betrekking hebben op het bedienen van mobiele kranen, mobiele torenkranen
en/of torenkranen, met de daarbij behorende verantwoordelijkheden en
bevoegdheden.
·
Lid 2. Een opdracht is een overeenkomst in de zin van artikel
7:400 e.v.BW, tussen een opdrachtgever en een interim kraanmachinist of tussen
de opdrachtgever en een tussenkomstbureau tot het verrichten van werkzaamheden
door een interim kraanmachinist.
·
Lid 3. Een opdrachtgever is de (rechts)persoon, die een
interim kraanmachinist binnen zijn organisatie een opdracht laat uitvoeren.
·
Lid 4. Een starter is diegene, die voor het eerst als
zelfstandig interim kraanmachinist gaat werken.
·
Lid 5. Iemand kan voor toetsing aan onderstaande criteria
binnen een periode van drie jaar slechts eenmaal aangemerkt worden als starter.
·
Lid 6. Een tussenkomstbureau is een bureau welke als
intermediair optreedt in de totstandkoming van een opdracht tussen
opdrachtgever en interim kraanmachinist.
·
Lid 7. Onder investeringen in de hoedanigheid van zelfstandige
worden limitatief verstaan, directe uitgaven voor de aanschaf en/of vervanging,
casu quo kosten van: Eigen briefpapier, visitekaartje, communicatiemateriaal
(portofoon, telefoon en/of fax), reclamemateriaal, documentatie, lidmaatschap
beroepsvereniging, verzekering beroeps/bedrijfsaansprakelijkheid, opleiding,
vakliteratuur, persoonlijke beschermingsmiddelen en werkkleding, het opstellen
van een Winst en Verlies Rekening casu quo jaarrekening, arbeidsongeschiktheid
verzekering en een werkstation (bijvoorbeeld een personal computer).
Paragraaf 2 Criteria
Artikel 2. Investeringen in de hoedanigheid van
zelfstandige
·
Lid 1. Er is pas sprake van een relevante investering in de
hoedanigheid van zelfstandige in de zin van artikel 1 lid 7 van dit besluit als
deze per kalenderjaar minimaal f 6000,- bedraagt.
·
Lid 2. Bij een starter geldt het gestelde onder lid 1 naar
rato, van het moment van het gaan werken als zelfstandige tot het einde van het
betreffende kalenderjaar.
·
Lid 3. De minimale grenzen worden (bij wijziging) vastgesteld
door het Landelijk instituut sociale verzekeringen.
Artikel 3. Bedrijfsruimte
·
Minimaal dient aanwezig
te zijn een als zodanig ingerichte en toegeruste – eventueel mobiele – werkplek
van waaruit de werkzaamheden in ieder geval (administratief) ondersteund kunnen
worden.
Artikel 4. Beroeps/bedrijfsaansprakelijkheid
·
Lid 1. De interim kraanmachinist dient beroeps/bedrijfsaansprakelijkheid
af te dekken.
·
Lid 2. Het afdekken zoals bedoeld in lid 1 dient te geschieden
via een verzekering en eventueel via een (juridische) overeenkomst en/of
rechtsvorm.
·
Lid 3. Er dienen algemene voorwaarden gehanteerd te worden door
de interim kraanmachinist.
Uit:
Staatscourant 2000, nr. 2 blz. 2/4
·
Lid 1. Er dient sprake te zijn van meerdere opdrachtgevers en
opdrachten, gelijktijdig en/of volgtijdelijk.
·
Lid 2. Voor een interim kraanmachinist geldt een minimale
grens van vijftien opdrachten verspreid over een periode van twee kalenderjaren
waarbij jaarlijks minimaal vier opdrachten vervuld dienen te worden.
·
Lid 3. Er is pas sprake van een opdracht indien de omvang van
de werkzaamheden, ten minste het fulltime equivalent van een mandag beslaat.
·
Lid 4. Indien een opdracht langer dan drie maanden duurt, dan
is er geen sprake meer van zelfstandigheid voor die opdracht.
·
Lid 5. Indien door onvoorziene omstandigheden een opdracht
langer dan drie maanden duurt, wordt, mits schriftelijk overeengekomen tussen
opdrachtgever en opdrachtnemer, de termijn van lid 4 op maximaal vier maanden
gesteld, onverkort het gestelde onder lid 2.
·
Lid 6. Verlenging of voortzetting van een opdracht met een
duur van langer dan vijf dagen die zich binnen één maand voordoet, dient
beschouwd te worden als één en dezelfde doorlopende opdracht. Verlenging of
voortzetting van een opdracht met een duur van vijf dagen of korter die zich
binnen één week voordoet, dient beschouwd te worden als één en dezelfde
doorlopende opdracht.
·
Lid 7. Bij een starter geldt het gestelde onder lid 2 naar
rato, van het moment van het gaan werken als zelfstandige tot het einde van het
daaropvolgende kalenderjaar respectievelijk het einde van het betreffende
kalenderjaar.
·
Lid 8. Een parttime werkende dient aan dezelfde grenzen ten
aanzien van opdrachtgevers en opdrachten te voldoen als een fulltime werkende.
Artikel 6. Tussenkomst
·
Lid 1. Als via een tussenkomstbureau wordt gewerkt en het voor
betrokkene niet mogelijk dan wel toegestaan is om buiten de via het
tussenkomstbureau (te verkrijgen) verkregen opdrachten, andere opdrachten te
verwerven is er geen sprake van zelfstandigheid.
·
Lid 2. Indien uitsluitend via een tussenkomstbureau wordt
gewerkt, dan dient in een periode van een kalenderjaar minstens voor twee
tussenkomstbureaus gewerkt te zijn.
·
Artikel 7.
Inkomen/arbeidsvoorwaarden
·
Lid 1. Er kan geen sprake zijn van in het kader van de
opdracht verkrijgen van rechten op vergoedingen voor vakantie, tijdens ziekte
of een dertiende maand.
·
Lid 2. Er kan geen sprake zijn van een proeftijd.
·
Lid 3. Het inkomen om aangemerkt te worden als zelfstandige
dient als fulltimer per kalenderjaar minimaal de(loon)grens voor de verzekering
Ziekenfondswet te overschrijden.
·
Lid 4. Bij een starter geldt het gestelde onder lid 3 naar
rato, vanaf het moment van het gaan werken als zelfstandige tot het einde van
het betreffende kalenderjaar.
·
Lid 5. Bij een parttimer geldt het gestelde onder lid 3 naar
rato.
Artikel 8. Boekhouding/belasting
·
Lid 1. Voor het zijn van zelfstandige is het noodzakelijk, dat
er sprake is van een voor de activiteiten als zelfstandige ingerichte aparte
boekhouding.
·
Lid 2. De boekhouding dient uit te monden in een op te stellen
Winst en verlies Rekening casu quo jaarrekening.
·
Lid 3. Belastingtechnisch dient opgetreden te worden als
zelfstandige, waarbij in elk geval hoort een aangifte als zelfstandig
ondernemer (via de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting) en een
registratie als ondernemer in het kader van de omzetbelasting.
·
Lid 4. Er dient sprake te zijn van een inschrijving bij de
Kamer van Koophandel.
Paragraaf 3 Slotartikelen
Artikel 9. Ingangsdatum besluit
·
Dit besluit treedt in
werking met ingang van 1 januari 2000.
Artikel 10. Citeertitel besluit
·
Het besluit kan
aangehaald worden als besluit zelfstandigheid interim kraanmachinisten. Dit
besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Amsterdam, 15 december 1999.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
Bijlage Uit: Staatscourant 2000, nr. 2 blz 3/4
Toelichting bij: besluit inhoudende criteria voor de
vaststelling van de zelfstandigheid voor interim kraanmachinisten.
Het besluit somt criteria op waaraan getoetst dient te
worden bij de beoordeling of er sprake is van zelfstandigheid voor de (branche
van) interim kraanmachinisten. Als aan de criteria wordt voldaan is er sprake
van zelfstandigheid.
Algemeen
In het kader van de toetsing van de verzekeringsplicht
voor de sociale verzekeringswetten kan het van belang zijn om vast te stellen
of er sprake is van zelfstandigheid. Dit is aan de orde bij een toetsing of er
sprake is van een zogenaamde gelijkgestelde dienstbetrekking (artikel 5 der
diverse sociale (werknemers-)verzekeringswetten). Uitgangspunt bij een toetsing
is, dat deze plaats dient te vinden aan de hand van de feitelijke, individuele
omstandigheden van het te beoordelen geval. In de praktijk is er grote behoefte
aan kaders voor de beoordeling van zelfstandigheid, waaraan voorafgaand aan het
ontstaan van de te beoordelen arbeidsrelatie getoetst kan worden. Zowel de
uitvoeringsinstellingen als de justitiabelen hebben deze behoefte. Gegeven het
voorgaande is door het Lisv besloten om, in overleg met vertegenwoordigers van
de uitvoeringsinstelling en de (branche van) interim kraanmachinisten, een
algemeen kader voor de beoordeling van zelfstandigheid vast te stellen in de
vorm van een besluit. Het hier geschetste kader ziet alleen op de beoordeling
van het al of niet zijn van zelfstandige voor de (branche van) interim
kraanmachinisten. Streven is dat dit kader meer helderheid geeft bij de
beoordeling van het al of niet aanwezig zijn van zelfstandigheid en van verzekeringsplicht
voor de sociale verzekeringswetten. De opzet is, dat als er voldaan wordt aan
alle in dit kader aangegeven voorwaarden er sprake zal zijn van zelfstandigheid
(en geen premieplicht voor – noch recht op aanspraken op – de sociale
verzekeringswetten). Benadrukt dient te worden, dat het kader onverlet laat de
mogelijkheid, dat er sprake is van een (echte) dienstbetrekking (gezag, arbeid,
loon; artikel 3 der diverse sociale (werknemers-) verzekeringswetten) en
verzekeringsplicht op basis daarvan. Voordat toegekomen kan worden aan een
beoordeling of er sprake is van een zogenaamde gelijkgestelde dienstbetrekking,
waarbij de vraag of de werkzaamheden in de zelfstandige uitoefening van bedrijf
of beroep worden verricht een rol speelt, dient vastgesteld te zijn, dat er
geen sprake is van een (echte) dienstbetrekking. Het hier geschetste kader voor
beoordeling van zelfstandigheid geeft aan, dat als niet aan dit kader wordt
voldaan er geen sprake zal zijn van het zijn van zelfstandige. Verder zal dan
sprake zijn van een verzekeringsplichtige relatie. Gegeven de voorwaarden
waaraan voldaan moet worden, valt niet te ontkomen aan toetsing achteraf. Dit
brengt met zich mee, dat achteraf toch sprake kan blijken te zijn van
verzekeringsplicht. In situaties, waarbij mogelijkerwijs getwijfeld kan worden
over de zelfstandigheid, is het aan te bevelen een voorziening te doen
(reservering door opdrachtgever) voor eventueel af te dragen (sociaal
verzekeringsrechtelijke) premies. In het kader van deze toetsing achteraf geldt
het volgende ten aanzien van de verplichtingen in het kader van de
Coördinatiewet. De werkgever heeft in dit kader de verplichting tot het doen
van opgave van het loon conform gestelde regels. Deze regels zien bijvoorbeeld
op een voorafgaande opgave. Indien
niet, niet juist of niet volledig wordt voldaan aan de verplichtingen, dan
volgt een boeteoplegging of in ieder geval een registratie van het verzuim.
Deze registratie is van belang indien er vervolgens nogmaals sprake is van een
verzuim voor de vaststelling of er dan – en tot welke hoogte – een boete wordt
opgelegd. Gegeven de bijzondere problematiek in dit kader van de beoordeling
van de zelfstandigheid, wordt onder de volgende voorwaarde niet overgegaan tot
boete oplegging en/of registratie van verzuim. Er dient sprake te zijn van een
achteraf niet blijken te voldoen aan de criteria voor zelfstandigheid ten
gevolge van slechts achteraf vast te stellen gegevens. Er dient sprake te zijn
van een terstond melden aan de uitvoeringsinstelling van een eventuele
wijziging voor de loonopgave door de werkgever, als blijkt van het niet voldoen
aan de criteria voor zelfstandigheid. Voorgaande ziet met name op de situatie
van de startende zelfstandige en het achteraf niet blijken te voldoen aan
meerdere opdrachtgevers in het eerste jaar. Hiernaast op de situatie, dat
onverwacht een opdracht langer dan drie maanden duurt. Er bestaat een grote
behoefte om zoveel als mogelijk vooraf helderheid te hebben over het bestaan
van een verzekeringsplichtige relatie casu quo zelfstandigheid. Als in dit
kader door de branche een (zelfstandigheids)verklaring wordt gehanteerd, die op
basis van dit besluit jaarlijks vooraf aan een interim kraanmachinist wordt
afgegeven, dan geldt het volgende voor de status daarvan. Een dergelijke
verklaring, mits afgegeven door een gerenommeerd fiscaal/juridisch adviseur,
zal van bijzondere waarde geacht worden, in het kader van de toetsing achteraf
door het Lisv. Een dergelijke verklaring zal echter niet als een vrijbrief
gezien kunnen worden, gegeven de eigen bevoegdheden en verplichtingen van het
Lisv. Het Lisv zal dit kader periodiek afstemmen met vertegenwoordigers uit de
branche en de uitvoeringsinstelling(en) en zo nodig bijstellen.
Definities
Indien er sprake is van een tussenkomstbureau, dan is
er geen sprake van een overeenkomst tot bemiddeling. Kenmerk van een
bemiddelaar is dat hij na bemiddeling terugtreedt, dit gaat niet op voor een
tussenkomstbureau. Hierbij kan het tussenkomstbureau, voor de duur van de
opdracht, in een contractuele relatie staan tot de opdrachtgever met een
verantwoordelijkheid aangaande de kwaliteit en de voortgang van de
werkzaamheden. Met een tussenkomstbureau wordt niet bedoeld een eventuele
(personen)associatie (zoals een maatschap, vennootschap onder firma, commanditaire,
besloten of naamloze vennootschap) van waaruit de interim kraanmachinist actief
is. In dit kader is iemand in principe slechts eenmaal aan te merken als
startende zelfstandige. Verliest om een of andere reden de starter zijn
hoedanigheid als zelfstandige, dan komt hij niet meer in aanmerking voor de
hier vastgestelde criteria binnen een periode van drie jaar, te rekenen vanaf
het moment van het staken van zijn werkzaamheden als zelfstandige. De aanvang
van de eerste opdracht als starter wordt beschouwd als het moment van het gaan
werken als zelfstandige. Investeringen in de hoedanigheid van zelfstandige
vallen niet samen met het economische en fiscale begrip van investeringen. Het
gaat hier om bedrijfskosten. Uitgaven voor andere dan de hier opgesomde zaken
worden niet als relevant aangemerkt. Een investering in een auto,
(bedrijfs)pand en dergelijke zijn vanwege het moeilijk kunnen waarderen en de
mogelijke samenloop met privé-gebruik uitgezonderd. De investeringen dienen te
bestaan uit directe uitgaven en dienen niet zijn gederfde omzet. Bij het
vaststellen van de hoogte van de gedane investeringen worden slechts de
nominale uitgaven per kalenderjaar beschouwd, niet de eventuele daaruit
voortvloeiende afschrijvingskosten. De uitgaven gedaan voorafgaand aan het
moment van het gaan werken als zelfstandige worden voor een starter als
investeringen aangemerkt, indien deze als voorbereiding op het gaan werken als
zelfstandige kunnen worden beschouwd. Onder de uitgaven voor een fax wordt ook
verstaan de vervanging van een faxrol en/of benodigd papier. Onder de uitgaven
voor reclamemateriaal wordt verstaan de kosten van advertenties en
promotieartikelen (stickers, pennen, aanstekers, etc.). Onder persoonlijke
beschermingsmiddelen en werkkleding worden verstaan veiligheidsschoeisel,
veiligheidshelmen, veiligheidsbrillen, gehoorbeschermingsmiddelen, overalls
en/of uniformen, regen- en/of doorwerkpakken, reflecterende kleding en
werkhandschoenen. Onder de uitgaven voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering
wordt ook verstaan de premie in het kader van de Wet Arbeidsongeschiktheid
Zelfstandigen. Onder een personal computer wordt mede verstaan randapparatuur
(bijvoorbeeld printer, modem) en programmatuur voor zakelijk doel.
Uit:
Staatscourant 2000, nr. 2 blz 4/4
Investeringen in de hoedanigheid van zelfstandige
De aanpassing van de minimale grenzen vindt alleen
plaats als dit noodzakelijk geacht wordt naar aanleiding van evaluatie.
Bedrijfsruimte
Er dient sprake te zijn van een eigen werklocatie,
anders dan bij de opdrachtgever of tussenkomstbureau. Deze werklocatie kan om praktische redenen (mede) in een daartoe
ingericht voertuig worden gesitueerd.
Beroeps/bedrijfsaansprakelijkheid
Indien er sprake is van gemoedsbezwaren tegen verzekering,
dan zal dit moeten blijken uit een dergelijke verklaring in het kader van de
Wet Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen. Is op grond hiervan niet voldaan aan
dit criterium, dan is er geen belemmering voor het aannemen van
zelfstandigheid. Afdekking van aansprakelijkheid via een juridische constructie
(bijvoorbeeld een rechtsvorm, met een vorm van beperkte aansprakelijkheid)
alleen is niet afdoende. In alle gevallen zal er tevens sprake dienen te zijn
van een verzekeringsvorm ter dekking van aansprakelijkheid. Indien echter een
verzekering om redenen gelegen buiten de invloedsfeer van de zelfstandige
(medische reden niet acceptatie; onverzekerbaar risico) niet afsluitbaar is,
dan geldt deze voorwaarde niet. De te hanteren algemene voorwaarden zijn niet
dwingend door een brancheorganisatie voorgeschreven.
Orderportefeuille/economische onafhankelijkheid
De zelfstandigheid van een interim kraanmachinist komt
onder druk te staan als er sprake is van een te lange verbinding aan één
opdrachtgever. Incidenteel kan zich dit echter voordoen. Indien dit zich
voordoet, dan zou er sprake dienen te zijn van het onvoorziene doorlopen van
een opdracht tot een duur van maximaal vier maanden. Ook als dit zich voordoet,
dient voldaan te worden aan een aantal van vijftien opdrachten in twee
kalenderjaren alsmede vier opdrachten in een kalenderjaar. Onder meerdere
opdrachtgevers dient in dit verband uitgegaan van te worden van meer dan twee.
Het is in het belang van zowel opdrachtgever als opdrachtnemer het onvoorziene
doorlopen van een opdracht schriftelijk overeen te komen, onder vermelding van
de onvoorziene omstandigheden die tot het doorlopen van de opdracht hebben
geleid, aangezien anders niet aan de voorwaarden voor zelfstandigheid van de
interim kraanmachinist wordt voldaan en de relatie tussen opdrachtgever en
opdrachtnemer als verzekeringsplichtig wordt aangemerkt. In dit verband wordt
uitgegaan van een toetsing aan de ziekenfondsloongrens voor werknemers. In principe wordt uitgegaan van
kalenderjaren. Bij een starter wordt als eerste jaar aangemerkt, de periode van
een jaar na de start van de werkzaamheden. Bij een starter kan het voorkomen,
dat na de werkzaamheden als werknemer, na uit dienst treden gestart wordt bij
de voormalige werkgever. Indien dit aan de orde is, dan dienen de rest van de
opdrachten in het eerste jaar niet bij de voormalige werkgever van de starter
te zijn.
Bemiddeling/tussenkomst
Een te enge of exclusieve binding aan een bepaald
tussenkomstbureau heeft een negatieve invloed op zelfstandigheid.
Boekhouding / belasting
Voor alle duidelijkheid dient aangegeven, dat het
begrip zelfstandige in het kader van dit besluit niet overeenstemt met het
fiscale begrip zelfstandig ondernemer. Indien de Kamer van Koophandel
inschrijving als zelfstandige (vooralsnog) weigert, dient een verklaring van
niet-inschrijving, vanwege het verrichten van een niet inschrijfplichtige
activiteit, van de Kamer van Koophandel te worden verkregen.
Amsterdam, 15 december 1999.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
Uit: Staatscourant 2000, nr. 2